Tweehonderd jaar Strauss dynastie

A.J.G. Klomp

 

Het is 14 maart 1804 - nu precies tweehonderd jaar geleden - als in de Flossgasse in Wenen-Leopoldstadt Johann Strauss geboren wordt. Hij is de zoon van Franz Strauss de waard van het bier- en danslokaal ‘Zum Guten Birne’ en diens vrouw Barbara Tollmann. Niemand kon op dat moment nog bevroeden dat deze baby zou uitgroeien tot de stamvader van de wereldberoemde Strauss dynastie, waarvan meerdere leden zo’n belangrijke invloed hebben gehad op de muziekontwikkeling in de negentiende eeuw.

 

Toen Johann Strauss ongeveer een jaar oud was verdronk vader Franz op ongelukkige wijze in de Donau, waarna zijn moeder al snel hertrouwde met Golder, een andere Weense herbergier. Ofschoon zijn stiefvader de jonge Johann zijn eerste viool en strijkstok schonk, verzette hij zich uit alle macht tegen de latere plannen van zijn stiefzoon om muzikant te worden. Hij had in zijn eigen druk bezochte danslokaal zoveel trieste ervaringen met vaak aan lager wal geraakte muzikanten opgedaan, dat hij voor zijn zoon een eervoller beroep in gedachte had. Daarom deed hij hem in de leer bij boekbinder Lichtscheidl in Wenen. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en al op veertienjarige leeftijd speelde Johann elke avond in het orkest van Ignaz Michael Pamer, die hem altviool leerde spelen. Een jaar later, in 1819 verliet hij het orkest van zijn bijna altijd dronken leermeester en trad hij toe tot het trio van Josef Lanner, waardoor dit trio een kwartet werd. Ook Josef Lanner had in het orkest van Pamer gespeeld, maar hij had dit orkest al een jaar eerder verlaten. Johann Strauss en Josef Lanner werden grote vrienden, die samen een kamer deelden en altijd samen optrokken. Maar zoals zo het vaak gaat kwam ook aan deze vriendschap een einde. Strauss nam het Lanner kwalijk dat door hem gecomponeerde muziek werd uitgegeven op naam van Lanner. In 1825 verliet Strauss daarom het orkest van Lanner na een hevige ruzie die zelfs uitmondde in een ordinaire vechtpartij, waarover zij zich beiden later diep schaamden.

In 1825 trouwde Strauss op eenentwintigjarige leeftijd met Anna Streim een voortreffelijk gitaar spelende Spaans uitziende schone, die de dochter was van de waard van de ‘Roter Hahn’ en die hem nog datzelfde jaar een zoon schonk, Johann junior. Om vrouw en kind te kunnen onderhouden richtte hij zijn eigen danskapel op waarmee hij al snel in binnen en buitenland roem oogstte. Johann en Anna kregen in totaal zes kinderen, vier jongens waarvan er een, Ferdinand al jong stierf en twee meisjes. Alle drie zijn zoons werden evenals hun vader beroemde musici. In 1939 verliet Strauss Anna en zijn vijf kinderen om samen te gaan wonen met Emilie Trampusch met wie hij een buitenechtelijke zoon had. Deze Emilie schonk hem later ook nog vier dochters, zodat hij twee vrouwen en tien kinderen te onderhouden had. Hij stierf 25 september 1849 in Wenen en liet ons in totaal 251 composities na, waaronder 152 walsen en 18 marsen. Zijn bekendste werk is tegenwoordig wel de Radetzkymars, die hij in 1848 componeerde ter ere van graaf Radetzky von Radetz, een zeer populaire Oostenrijks veldheer, ter gelegenheid van diens zege op Sardinië.

Zijn zoon Johann junior leerde al vroeg viool spelen, zonder dat zijn vader dit wist. Deze had weliswaar toegestaan dat de jonge Johann pianoles kreeg, maar wilde niet dat hij net als hijzelf musicus werd. Hij wilde namelijk dat zijn zoon bankbediende zou worden en daarom stuurde hij hem naar het gymnasium. Toen hij terwijl hij ziek thuis was merkte dat zijn zoon viool studeerde bij een van zijn orkestleden werd hij dan ook furieus en nam hem zijn viool af. Maar moeder Anna spaarde van haar huishoudgeld voor een nieuwe viool waarmee de kleine Johann bij de buren ging oefenen, zodat vader er niets van merkte. Nadat vader Johann zijn vrouw Anna verlaten had voor zijn geliefde Emilie en Johann wegens onbehoorlijk gedrag van school gestuurd was kreeg hij vioolles van de hofballetmeester Kohlmann. Toen Johann achttien was richtte hij zijn eerste orkest op, zeer ten ongenoegen van zijn vader. Het eerste optreden van dit orkest op 15 oktober1844, precies tien dagen voordat Johann negentien jaar werd, vlak tegenover het park van Schönbrunn, werd een doorslaand succes. De dicht opeengepakte menigte van duizenden toehoorders was dol enthousiast. Zijn eerste eigen compositie, de wals ‘Die Gunstwerber’ moest tot viermaal toe herhaald worden en zijn ‘Sinngedicht Walzer’ zelfs negentien maal. Het eerste concert van zijn eigen orkest duurde daardoor maar liefst zeveneneenhalf uur. Het succes van zijn zoon zette kwaad bloed bij Strauss sr. En de kloof tussen beiden werd nog vergroot doordat zij ieder voor een andere partij kozen bij de Oostenrijkse revolutie van 1848. Senior werd de vertegenwoordiger van de oude garde, terwijl junior de revolutionairen steunde. Ondanks deze rivaliteit werd de zoon direct na het overlijden van zijn vader in 1849 door de concertmeester van zijn vaders orkest gevraagd om de leiding hiervan over te nemen. Strauss jr. was toen nog maar drieëntwintig jaar oud. Vier jaar hield hij het vol om met zijn nu veertig man sterke orkest overal in Wenen op te treden, dag en nacht spelend, dirigerend en componerend. In 1853 bleek dat hij zijn lichamelijk kunnen verregaand overschat had en werd hij op achtentwintigjarige leeftijd ernstig ziek. Omdat hij er ook van droomde om alleen scheppend kunstenaar te worden en niet meer ook orkestleider te zijn vroeg hij ook lichamelijk daartoe gedwongen zijn broer Josef om de leiding van het orkest over te nemen. Deze weigerde aanvankelijk het verzoek van zijn oudere broer, maar gaf uiteindelijk schoorvoetend toe na de toezegging van Johann dat zijn werk als orkestleider slechts tijdelijk zou zijn. Na al snel van zijn ziekte hersteld te zijn componeerde Johann met veel succes zowel in Wenen als in Pávlovsk in Rusland, waarvoor hij in 1854 een zeer lucratief contract getekend had. Op achtendertigjarige leeftijd trouwde Johann voor het eerst met Jetty Treffz een van de meest beroemde zangeressen van die tijd, die tot haar veertigste grote triomfen vierde, maar toen het theater vaarwel zei. Zij had twee buitenechtelijke kinderen van een Joodse bankier, maar was reeds te oud om ook Johann nog kinderen te schenken, zodat het huwelijk kinderloos bleef. Ondanks het verschil in leeftijd tussen beiden en ondanks de reeds aanwezige twee dochters was het een zeer gelukkig huwelijk.

In 1870 stierf zijn moeder Anna, hetgeen hem zo aangreep dat hij lange tijd niet meer kon componeren. Daar kwam nog bij dat enkele weken na zijn moeder ook zijn broer Josef als gevolg van een tragisch ongeluk overleed. Alhoewel Johann een weerzin had van het componeren van muziek op teksten ging hij in 1867 in op een verzoek van Johann Herbeck, eerste kapelmeester aan het hof en ere koormeester van de Wiener Männergesangverein om een koorwerk in walsvorm te schrijven. Dit werd de wals ‘An der schönen, blauen Donau’. Dit werk werd voor het eerst uitgevoerd op 13 februari 1867. In 1867 liet hij zich door Maximilian Steiner, de toenmalige directeur van het ‘Theater an der Wien’, overhalen tot het componeren van zijn eerste operette, ‘Die Lustigen Weiber von Wien’. Dit werk is echter nooit uitgevoerd, omdat Strauss de hoofdrol geschreven had de zangeres Josefine Gallmeyer, die evenwel niet aan het Theater an der Wien was verbonden en het stuk contractueel niet in een ander theater gespeeld mocht worden. Later is de partituur verloren gegaan. In 1873 schreef Strauss ‘Die Fledermaus’ in 1885 gevolgd door zijn beste werk ‘Der Zigeunerbaron’. Onderwijl had hij nog menig ander zangspel geschreven, maar deze waren alle van aanmerkelijk mindere kwaliteit en oogstten dan ook veel kritiek. In 1877 stierf Johanns vrouw Jetty, waarna hij uitzinnig van verdriet naar Italië vluchtte. In 1878 trouwde hij hals over kop met de meer dan dertig jaar jongere avonturierster Lili Diettrich, die haar man al snel publiekelijk belachelijk maakte en hem afschilderde als een oude dwaas. Dit huwelijk duurde slechts vijf jaar, waarna Lili er van door ging met Franz Steiner, de zoon van de vroegere theaterdirecteur. Daarna trouwde Johann voor de derde maal, nu met een weduwe Adele Deutsch, die hem op zijn achtenvijftigste een dochter Alice schonk. Strauss bleef dag en nacht door componeren tot hij 26 mei 1899 ziek werd en op 3 juni in het bijzijn van zijn vrouw en dochter tegen vier uur ’s middags insliep.

Alhoewel Johann Strauss senior en junior de meest bekende telgen van de muzikale Strauss familie zijn hebben ook de broers van Johann jr. hun sporen in de muziek verdiend. Nadat broer Josef, die een goede baan als architect en ingenieur had, na veel tegenstribbelen in 1853 tijdelijk de leiding van het Strauss orkest van Johann overnam raakte hij zo in de ban van de muziek dat hij het orkest tot aan zijn dood in 1870 bleef leiden. Bij zijn dood had hij meer dan tweehonderdtwintig muziekstukken gecomponeerd. Ook de tweede broer, Eduard Strauss, die voorbestemd was voor een loopbaan in de diplomatie, voegde zich bij het Strauss orkest, toen broer Josef het met dit inmiddels tweehonderd man sterke orkest te druk kreeg. Hij was het die de Strauss traditie het langst voortzette namelijk tot 1902. Alhoewel hij altijd in de schaduw van zijn broers is gebleven was hij het meest productief en schreef hij meer dan driehonderdtien werken. Ook de zoon van Eduard, naar oom en grootvader eveneens Johann genoemd werd een niet onverdienstelijke componist en dirigent, alhoewel slechts weinigen hem kennen, omdat zijn werk domweg wordt toegeschreven aan de Straussfamilie.

De volgende zegels tonen het decor van de operette Der Zigeunerbaron, een hofbal in de Wiener Hofburg en een gezicht op deze Hofburg.