Verschillend ontwaardde telegramzegels. |
TELEGRAAFZEGELS J. Lauret Een korte inleiding
U zult u zich ongetwijfeld afvragen wat ik in de telegramzegels zie die van 1877 tot 1903 in Nederland zijn uitgegeven naar een gewijzigd ontwerp van A.H. van Thiel. Welnu wat mij in deze zegels interesseert is het merkwaardige 6-kantige model naast de fletse lila kleuren en het wel erg saaie ontwerp van deze zegels. Daar komt nog bij dat deze zegels in ons land slechts in een vrij korte periode zijn uitgegeven. Telegramzegels werden tot 1920, naast contante betaling, officieel gebruikt voor het voldoen van de kosten van een telegram. De zeskantige zegels werden dan op telegramformulieren geplakt met een bestemming binnen Europa. Deze formulieren bleven - nadat de zegels meestal met een gekleurd potlood en/of een ponsgaatje ongeldig waren gemaakt - in het bezit van de posterijen. Aan het einde van de werkdag kon door het tellen van de voorraad zegels snel (wat heet snel) worden bekeken hoeveel de inkomsten aan verzonden telegrammen bedroegen. Oplagecijfers zijn van de telegramzegels niet bekend, maar erg groot is deze oplage niet geweest, omdat het gebruik van de zegels nooit erg populair is geweest. Men moest bij het plakken van deze zegels namelijk eerst zèlf de kosten van het telegram berekenen, een bezigheid die men liever aan de beambte overliet waarna men contant betaalde. De telegramzegels zijn alle in dezelfde kleur gedrukt: lila. De waardecijfers waren in zwart, behalve die van 1 en 2 gulden. Bij die laatste zegels waren de waarde-inschriften rood van kleur. De zegels komen voor in verschillende tinten lila. Die in 1877 zijn uitgegeven hebben een lichte tint, die na 1900 verschenen zijn wat donkerder van kleur. Als men een telegramzegel van na 1903 tegenkomt, moet die donker van tint zijn. Zo niet dan heeft men te maken met een verkleurd exemplaar, dat dan ook minder waardevol zal zijn. Tot 1902 kwamen de zegels - gebruikt - via Rijksveilingen in verzamelaarshanden. Maar verzamelaars hadden voor deze gebruikte stukken maar geringe belangstelling. Omdat de verkoop niet de moeite waard was werden ze na 1902 niet meer in Rijksveilingen werden aangeboden. De zegels brachten toen door elkaar genomen nog geen halve cent per stuk op! Dat is ook de verklaring van het feit dat de zegel van ƒ 0,25, die pas in 1903 werd uitgegeven zo uitermate zeldzaam is. Op dit moment wordt daarvoor een prijs gevraagd die bijna gelijk is aan 100% van de cataloguswaarde!! En ik kan het weten. Waarom de zegels ontwaard werden door een ponsgat dan wel een gekleurd potlood is een vraag die een (voorzichtige) beantwoording behoeft. Het was in die tijd voorschrift van de Minister van Financiën dat de ontwaarding van deze zegels met een doorslagwerktuig moest gebeuren, waarbij het waardegetal kenbaar moest blijven. Het gat dat hierdoor ontstond kan zowel vierkant als rond zijn. Een vierkante doorboring is echter moeilijk te vinden en mag dan ook gerust als zeldzaam beschouwd worden. Ieder doorslagwerktuig had eigen specifieke kenmerken zodat, als er ook een tweede ambtenaar belast mocht worden met het aannemen van telegrammen, hij een ander werktuig met andere kenmerken kreeg om zich te onderscheiden van de eerste ambtenaar. Het diagonale kruis met inkt of blauw potlood werd weer door een andere ambtenaar aangebracht, die de controle uitvoerde op zowel vervalsingen als op de ontwaarding. |
In
1911 werd bepaald dat voortaan de ontwaarding met een dagtekenstempel mocht
gebeuren. Omdat dagtekenstempels geplaatst werden met zwarte inkt, was het
lastig om het waardegetal leesbaar te houden. Daarom werden er proeven gedaan
met zegels met een robuuster waardecijfer in de kleuren groen en rood, waarbij
de groene versie werd goedgekeurd. Bij een nieuwe oplage zouden de zegels dan
ook met groene cijfers gedrukt worden. Omdat de oude voorraden evenwel eerst
opgebruikt moesten worden, hetgeen voor de afschaffing van de zegels in 1921
niet meer lukte, zijn de nieuwe zegels nooit meer uitgegeven.
Telegramzegels
ontwaard met dagtekenstempel kunnen eigenlijk niet in handen van het publiek
terecht zijn gekomen. Telegrammen bleven namelijk met de aangehechte zegels bij
de telegraafkantoren en werden na een wettelijke periode vernietigd. Wel werden
gedurende een aantal jaren de zegels van de telegrammen afgehaald en in openbare
veilingen verkocht. In 1911 gebeurde dit echter al niet meer.

Ook
in België zijn er telegraafzegels uitgegeven, maar daar hield men er al in 1911
mee op. Verder zien we bij bepaalde landen soms gewone zegels met het stempel
'telegraaf' of iets van dien aard. Deze zijn zeer de moeite waard om te bewaren
daar dit iets bijzonders is. In Groot Brittannië werden reeds in 1851 door
de Electric Telegraph Company formulieren met een waardestempel van 1 shilling
uitgegeven. In 1853 verscheen daar een opplakbare zegel van 1 shilling van de
English and Irish Magnetic Telegraph Company, gevolgd door zegels van
verschillende andere maatschappijen. Voor deze zegels bestaat bij de meeste
verzamelaars maar weinig belangstelling, omdat het zegels betreft die door
particuliere maatschappijen uitgegeven werden. De eerste officiële
telegraafzegels van de Britse staat verschenen in 1861 in het toenmalige
Brits-Indië. Ze werden alleen gebruikt in plaatsen waar geen telegraafkantoor
was. Afhankelijk van het aantal woorden werd een aantal zegels op het telegram
geplakt, waarna dat dan met de post naar het meest nabije telegraafkantoor werd
gezonden. In plaatsen waar een telegraafkantoor was werden deze zegels niet
gebruikt. 15 Juni 1864 kwamen er ook in Pruisen telegraafzegels uit en twee
weken later in Spanje. Bijzonder fraai van uitvoering zijn verder de
telegraafzegels welke in Beieren van 1870 tot 1876 werden uitgegeven.
Bronnen:
Bericht van Museum voor Communicatie
Filatelie van A
tot Z
Filatelie
Encyclopedie