B R I E V E N B U S

 

 

Het stempel BRIEVEN-BUS of BRIEVENBUS op brieven heeft verschillende betekenissen gehad. De eerste keer - in 1865 - werd BRIEVENBUS gebruikt in combinatie met ROTTERDAM. De PTT maakte bij de behandeling van post onderscheid tussen brieven en drukwerken. Het was verboden om drukwerken te deponeren in de brievenbussen, die alleen voor brieven bestemd waren. Gebeurde dat toch, dan kregen de drukwerken in Rotterdam het stempel ROTTERDAM-BRIEVENBUS. Verder werd de overtreding gestraft door de drukwerken als brief te beporten.

 

Drukwerk moest altijd aan het loket worden afgegeven en het verschuldigde bedrag wegens port diende contant te worden afgerekend. Dat veranderde in 1869. Voor die tijd was het verboden om voor verzending van drukwerken gebruik te maken van de brievenbussen, die uitsluitend voor brieven bestemd waren. Voor drukwerken waren er zo mogelijk aparte bussen.

 

 

 

 

Afb. 1 Brief, aangetekend verzonden 7 april 1898

van Amsterdam naar Haarlem.

De brief is niet aan het loket aangeboden en daarom voorzien

van het stempel BRIEVEN- BUS. Ook is de brief voorzien van een violet aantekenstrookje en het stempel AANGETEKEND in kastje.

 

Op 1 januari 1869 werden postzegels - de zogenaamde ‘wapenzegels’ - voor drukwerken uitgegeven want de regel, dat drukwerken alleen gefrankeerd verzonden mochten worden, bleef van kracht. Alleen men probeerde het nu, door postzegels te plakken, wat eenvoudiger te maken.

 

Het kon gebeuren dat dergelijke gefrankeerde drukwerken toch in de verkeerde brievenbus werden gedeponeerd. Gebeurde dit, dan kregen deze stukken het stempel BRIEVEN-BUS. Dit stempel werd in juni 1869 verstrekt aan de kantoren Amsterdam, ‘s Gravenhage, Groningen, Haarlem, Rotterdam en Utrecht. Het diende als een soort proteststempel maar er werd in tegenstelling tot voorheen geen aanvullend port of strafport meer geheven.

 

Later - toen er brievenbussen met twee gleuven kwamen - werd het stempelen uit dien hoofde achterwege gelaten. Bleef het stempelen van drukwerken achterwege, andere stukken werden wel gestempeld. Expresse en aangetekende brieven, die in de brievenbussen werden aangetroffen, kregen nu het stempel BRIEVENBUS dat in 1906 aan het kantoor in ‘s Gravenhage verstrekt werd.

 

 

Afb. 2 Brief, per expresse verzonden op 30 april 1919

van Rotterdam naar Amsterdam.

Deze brief werd niet aan het loket afgegeven maar in de

brievenbus geworpen.

Op de brief en op het expresse-strookje is het stempel

BRIEVENBUS aangebracht.

 

 

Brief, per expresse verzonden op 5 oktober 1938

van Nijmegen naar Breda.

Het stempel BRIEVENBUS geeft aan dat deze brief

in de brievenbus werd aangetroffen.

 

Nog is het verhaal van het stempel niet ten einde. In 1943 kreeg het stempel weer een nieuwe dimensie. De bezetter gaf opdracht dat brieven naar het buitenland geopend aan het loket moesten worden aangeboden en dat daarbij het persoonsbewijs van de aanbieder moest worden getoond en de postzegel door de ambtenaar opgeplakt. Werden dit soort brieven in de brievenbus aangetroffen dan kregen die het stempel BRIEVENBUS - AUS DEM BRIEFKASTEN. Werden deze brieven met stempel eerst nog doorgezonden, al spoedig werden ze aan de afzender teruggegeven. Men was bang dat berichten uit ons land in vijandelijke handen zouden komen.

 

A.Bosman

 

 

Geraadpleegde literatuur:

 

300 jaar Postmerken van Nederland P.C. Korteweg.

Filatelie van A tot Z Mr. A.v.d. Flier.

Poststempels van Nederland O. Vellinga