Nederlandse filatelie in de Verenigde Staten.

Door onze correspondent in de Verenigde Staten.

Sinds het midden van de 19e eeuw zijn er veel Nederlanders geëmigreerd naar Noord-Amerika. Waar grotere aantallen emigranten kwamen te wonen ontstonden verenigingen van Nederlanders. Uiteraard kwamen door deze persoonlijke kontakten ook gedeelde interesses en hobby’s ter sprake. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de oprichting van organisaties van Nederlandse filatelisten.

De eerste filatelistenvereniging kwam in 1934 tot stand; de "Stamp Club for Collectors of Netherlands and Colonies". Het officiële cluborgaan had de naam "Netherlands and Colonial Philately" (N.C.P.). De redacteur was A. Arthur Schiller, een professor in de Rechten aan de Columbia University, New York. Het eerste nummer (drie pagina’s) zag het licht op 20 juni 1934. Het bevatte ondermeer een kort introductieartikel waarin aangekondigd werd dat er een serie artikelen zou komen over de afstempelingen van Ned. Indië. Eind 1934 kon de N.C.P. melden dat er 51 leden waren. Alhoewel het een New Yorkse organisatie was werd het merendeel van de leden aangetrokken door de publicatie (en kwaliteit) van de N.C.P. Het merendeel der leden kwam dan ook van buiten New York. Er was zelfs een lid in Nederland, n.l. Dr. A.M. Benders, een welbekende naam in de Nederlandse filatelie . Het was niet tot 1937 voor er sprake was van een officiële (maar nog steeds informele) maandelijkse samenkomst van de leden; tot dan vond communicatie alleen plaats via het cluborgaan. In de jaren na de oorlog werden maandelijkse presentaties gegeven in de Collectors Club. Het aantal leden (abonnees) varieerde nogal door de jaren, samenhangend met de frequentie van de verschijning van het cluborgaan. Prominente Nederlandse leden waren o.a. Korteweg, Reed, Rietdijk, Heymans, Bauder, Poulie, Lake, van Dieten. We kunnen eigenlijk niet van leden spreken, want er was geen echte organisatie met een bestuur en reglementen e.d.

Het hoogtepunt van de N.C.P was ongetwijfeld de publicatie, in mei 1940 (!), van de 217 pagina’s tellende "Manual of the stamps of Netherlands, Netherlands Indies, Curaçao and Surinam", geschreven door A. Arthur Schiller en Johannes de Kruyf. Tot heden ten dage is dit een veel geciteerde publicatie aangezien het veel meer informatie over de verschillende emissies bevat dan de NVPH catalogi ooit gegeven hebben. De Bondsbibliotheek in Baarn bezit een exemplaar. In 1948 wordt Arthur Schiller als N.C.P.-redacteur opgevolgd door Johannes de Kruyf die dat bleef tot eind 1976, samenvallend met het einde van de N.C.P. Het feit dat er door de jaren slechts twee redacteuren geweest zijn heeft niet alleen geleid tot het succes, maar ook tot de uiteindelijke ondergang van de N.C.P.

In 1946 werd de vorming van een ‘afdeling’ van de N.C.P in Chicago aangekondigd, met als één der leden Frank Julsen die later bekend zou worden door de publicatie (met behulp van Dr. Benders) van het klassieke werk "A Postal History of Curaçao" in 1976. Deze Chicago-afdeling had haar eigen publicatie (The Postcoach) en was o.m. verantwoordelijk voor twee

publicaties: "A postal history / PTT Philatelic Service the Netherlands", en "Forgeries of Netherlands stamps and former Colonies". Ook de N.P.C of Chicago was ook een wisselend succes, dan weer actief, dan weer een tijdelijke slaap. Ook hier hing het succes van de vereniging af van het enthousiasme van de redacteur. De laatste verschijning van de Postcoach vond plaats in November 1978.

Inmiddels werd er in 1969 ook een afdeling van de N.C.P. gevestigd in Californië (San Jose), die oorspronkelijk de naam "Netherlands and Colonial Philatelists of California" kreeg. De oprichters van deze afdeling zijn allen nog steeds actief, nu onder de naam van "Netherlands Philatelists of California" (N.P.of C.). Deze club komt éénmaal per maand (ook gedurende de zomermaanden) samen bij één der leden thuis. Door de jaren heen heeft deze groep een tiental publicaties het licht doen zien, beginnende in 1974 (eerste lustrum) met een serie artikelen over de 1872-uitgifte. Haar meest recente publicatie was eind 2004 (t.g.v. haar 35-jarig bestaan) hetgeen 12 originele artikelen bevatte, geschreven door haar leden. Haar succes is niet alleen te danken aan de goede gezondheid van de oprichters, maar ook aan het informele karakter van de maandelijkse bijeenkomsten. ‘Buiten Leden’ ontvangen de maandelijkse Newsletter, waarin niet alleen een verslag van de meest recente bijeenkomst (met daarin o.m. een afbeelding van het Poststuk- en Poststempel van de Maand), maar ook een kort artikeltje over een filatelistisch onderwerp.

In het begin van de jaren ‘70 van de vorige eeuw verscheen de N.C.P. onregelmatig en ook door gebrek aan een officiële organisatie trad er ontevredenheid op onder een aantal N.C.P.-leden. Zij besloten daarop zich af te scheiden en een eigen organisatie te beginnen. Dit leidde in 1975 tot de oprichting van de American Society for Netherlands Philately (A.S.N.P.). De A.S.N.P. heeft momenteel zo’n 175 betalende leden (waaronder 20 in Nederland). Zij publiceert een Newsletter en een Journal, beide drie maal per jaar. De Newsletter bevat informatie over de nieuwe uitgiftes in Nederland en de Nederlandse Antillen, een overzicht van filatelistische literatuur, interessante filatelistische Websites, vereningingsnieuws en kort filatelistisch nieuws. De Journal bevat meer diepgaande artikelen betreffende de filatelie van Nederland en haar voormalige overzeese gebiedsdelen.

Zoals gezegd, zowel de N.P.of C. als de A.S.N.P. houden zich anno 2005 actief bezig met de Nederlandse filatelie. Ze hebben beide een Website (respectievelijk: www.angelfire.com/ca2/npofc en www.angelfire.com/ca2/asnp), die een bezoekje waard zijn.

Alle hier genoemde publicaties kunnen geleend worden van de Bondsbibliotheek in Baarn."