NIJMEEGSE MEESTERS IN MINIATUUR

Reinier van ’t Zelfde

 

De gebroeders Van Limburg op getande miniaturen.

Iedereen kent de reeks van twaalf miniaturen van de maanden van het jaar van de gebroeders van Limburg (afb. 1 en 2). Talloze malen zijn ze gereproduceerd op kalenderplaten of komen ze voorbij als illustratie van het dagelijks leven in de middeleeuwen in reportages op televisie, in boeken of in tijdschriften. Slechts weinigen kennen de naam van de vervaardigers van dit werk, de gebroeders Paul, Herman en Johan van Limburg, maar het best bewaarde geheim betreft nog wel hun Nederlandse afkomst uit de stad Nijmegen.

(1)

(2)

Tot aan het eind van de negentiende eeuw stonden de miniaturen van de gebroeders van Limburg te boek als van de hand van een niet bij naam bekend kunstenaar, werkzaam aan het hof van de broer van de Franse Koning, de Hertog van Berry. Dankzij archiefonderzoek kon men enige tijd later de miniaturen met de vervaardigers Paul, Herman en Johan van Limburg in verband brengen. Behalve hun naam was hiermee echter niets over hun afkomst bekend. Lange tijd hebben kunsthistorici dan ook in de veronderstelling geleefd dat zij afkomstig waren uit Vlaanderen. Dankzij de Kleefse archivaris Friedrich Gorissen, die in de jaren vijftig van de vorige eeuw een uitgebreide studie heeft verricht naar de herkomst van de gebroeders Van Limburg, weten we dat zij afkomstig waren uit de stad Nijmegen en dat zij neven waren van de eveneens aan een Frans hof verbonden schilder Jan Maelwael. Ondanks deze nu vijftig jaar oude ontdekking zijn zelfs nu nog maar weinig Nederlandse kunsthistorici op de hoogte van de Nederlandse oorsprong van deze "Rembrandts" van de vroege vijftiende eeuw. Om aan deze misstand een einde te maken is er in museum Het Valkhof vanaf 23 augustus een tentoonstelling aan het werk van de gebroeders Van Limburg gewijd. De onbekendheid van de band van de gebroeders van Limburg met de Noordelijke Nederlanden zal er de oorzaak van zijn dat de TPG en in het verleden de PTT nog nooit een van hun miniaturen op een postzegel heeft afgebeeld. We zullen voor dit artikel dan ook naar Frankrijk, Ierland en Sint Vincent moeten uitwijken om het verhaal filatelistisch te illustreren.

Omstreeks 1400 verlaten de gebroeders hun geboortestad Nijmegen om bij een Parijse goudsmid in de leer te gaan. Vervolgens treden zij in dienst van de Bourgondische Hertog. Hun vertrek naar Frankrijk is waarschijnlijk op initiatief van hun oom Jan Maelwael, beter bekend onder de naam Malouel, ondernomen. Malouel werkte als schilder aan het Hof van Hertog Philips de Stoute. Er is slechts één schilderij en een handje vol toegeschreven schilderijen van hem bewaard gebleven. Er zijn maar weinig namen van in Frankrijk voor 1400 werkzame schilders bekend en ook het aantal bewaard gebleven schilderijen uit deze periode en dit gebied is gering. Schilders werkten in deze periode in heel Europa in dezelfde stijl die wij nu Internationale Gotiek noemen. De stijl wordt gekenmerkt door de elegante manier waarop figuren werden geschilderd en door de manier waarop kleur en vooral goud werd toegepast. Het zijluik voor een altaarstuk van de eveneens aan het Hof van Philips de Stoute werkzame Melchior Broederlam (afb. 3) vormt een mooi voorbeeld van een werk in deze internationale stijl, die niet alleen in de paneelschilderkunst, maar ook in andere disciplines als de beeldhouwkunst en de miniatuurschilderkunst werd toegepast.

(3)

Johan Huizinga (4)

Het is de stijl die aan het eind van de middeleeuwse traditie staat, maar die tevens het hoogtepunt en de zwanenzang van de middeleeuwse hofcultuur vormt. Deze hofcultuur zal in de vijftiende eeuw haar voortrekkersrol moeten gaan delen met de cultuur van een nieuwe elite, de stedelijke burgerij. Deze overgangsperiode vormt het onderwerp van Johan Huizinga´s belangrijkste historische studie de Herfsttij der Middeleeuwen waarin hij het culturele leven van de adel beschrijft en waarin de gebroeders Van Limburg ruim aan bod komen (afb. 4).

 

In de herfsttij van de middeleeuwse hofcultuur neemt de miniatuurschilderkunst een belangrijke plaats in. Het was in de mode om rijk versierde getijdenboeken te bezitten. Een getijdenboek is een bundeling van gebeden die verspreid over de dag en het jaar werden uitgesproken. De Hertog van Berry is vermaard om zijn rijk van illustraties voorziene getijdenboeken. Voordat hij de gebroeders van Limburg in dienst nam werkte Jacquemart de Hesdin als miniatuurschilder voor de Hertog. Hij vervaardigde een getijdenboek dat bekend staat onder de naam de Très-Belles Heures du Duc de Berry en dat wordt bewaard in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. In 1985 gaf de Belgische PTT een postzegel uit met daarop een afbeelding van een miniatuur uit dit getijdenboek (afb. 5). Echter veel bekender dan het getijdenboek dat Hesdin voor de Hertog maakte zijn de twee boeken die de gebroeders Van Limburg vanaf 1409 in diens opdracht hebben verlucht. De Belles Heures du Duc de Berry bevindt zich in New York in het Cloisters Museum. Op de expositie in Museum Het Valkhof zullen 24 bladen uit dit getijdenboek worden getoond. Het beroemdste getijdenboek van de Hertog is echter de Très Riches Heures du Duc de Berry dat in het Musée Condé in Chantilly wordt bewaard. Dit boek wordt niet uitgeleend voor de tentoonstelling en zal alleen als kopie aanwezig zijn. Het boek vormt het hoogtepunt van de middeleeuwse boekverluchtingskunst en diverse malen zijn er miniaturen uit dit werk op postzegels afgebeeld. St. Vincent & The Grenadines gaf in 1994 een serie kerstpostzegels en een blokje met miniaturen waarop het kerstverhaal is uitgebeeld afkomstig uit de Très Riches Heures uit (afb. 10). Ierland kwam in 2002 op hetzelfde idee en gaf een reeks van vier postzegels uit met kerstvoorstelling afkomstig uit hetzelfde werk (afb. 6, 7, 8 en 9). Zijn grote roem dankt de Très Riches Heures echter aan een reeks voorstellingen van de twaalf maanden van het jaar, waarin tegen een achtergrond van kastelen van onder anderen de Hertog van Berry zowel het rijke dagelijks

(6)

(7)

(8)

(9)

leven van de adel als het harde leven van de gewone bevolking zijn verbeeld. Op een Franse postzegel uit 1965, die deel uit maakt van de over vele jaren verspreid uitgegeven reeks Oeuvres d'arts, is de maand augustus met een adellijk gezelschap tijdens een valkenjacht afgebeeld (afb. 1).

(10)

(11)

In 1416 overlijden zowel de Hertog van Berry als de drie gebroeders Van Limburg. Hun nauwgezette manier van werken zal zijn sporen nalaten in de schilderkunst van de 15de eeuw. Met name Jan van Eyck, de meester van de kunst op de vierkante centimeter, zal de werkmethode van de miniaturisten in zijn schilderijen voortzetten (afb. 11).