Operatie Manna.

Dit artikel verscheen eerder in The Wessex Bulletin en werd geschreven door Peter Lawrence, Ex 218 Gold Coast Squadron.

De Nederlandse postzegel, die hieronder getoond wordt, is er een uit een serie, die ieder jaar uitgegeven wordt om het einde van de Tweede Wereldoorlog te gedenken. Deze ( NVPH 1198) is uitgegeven in het 35e herdenkingsjaar en laat een Lancaster bommenwerper zien van het 15e squadron van de RAF, dat voedsel uitwerpt voor de uitgehongerden in de Randstad.

Ten tijde van de landingen in Arnhem gaf de Nederlandse regering in Londen opdracht tot een algehele spoorwegstaking in heel bezet Nederland. Uit wraak verboden de Duitsers het transport van voedsel van oost Nederland naar het westen. DE voedselvoorraden, die toch al flink gedecimeerd waren door de Duitsers, waren onvoldoende om de bevolking te voeden in de winter van 1944-1945. De Nederlanders moesten het doen met bietenpulp, bloembollen en brandnetels.

Het grootste deel van oost Nederland werd in april 1945 bevrijd, maar, omdat de Geallieerden optrokken naar de Rijn en het Roergebied, bleef de Randstad bezet. DE voedsel situatie werd zo nijpend, dat Koningin Wilhelmina met klem aan Churchill, Roosevelt en koning George VI verzocht om onmiddellijk hulp te bieden. Wachten tot na de bevrijding zou te laat zijn voor de meeste Randstedelingen.

De enige manier om de Nederlanders te helpen was door voedsel te droppen uit Lancaster bommenwerpers op een hoogte van ongeveer 150 meter. Voorwaarde was natuurlijk wel, dat de vluchten ongehinderd plaats konden vinden. Op 24 april 1945 mocht Eisenhower contact opnemen met Seyss-Inquart, maar de onderhandelingen werden pas op 2 mei ondertekent. Drie dagen voor het einde van de oorlog. Eisenhower vond de situatie echter te desperaat en gaf op 29 april opdracht toch te beginnen met de voedselvluchten, ondanks het mogelijke gevaar.

Deze operatie werd "Manna" genoemd door de Britten en "Chowhound" door de Amerikanen. De vluchten werden van 29 april tot 6 mei 1945 uitgevoerd.

Ik heb deelgenomen aan drie vluchten op 29, 30 april en 1 mei. DE eerste ging naar Terbregge net buiten Rotterdam, de anderen naar Ypenburg bij Den Haag. Alle drie dus voordat het Staakt-het-vuren was bereikt. DE ontvangst door de Nederlandse bevolking was ongelofelijk en iets, dat ik mijn leven lang niet meer zal vergeten. De straten en pleinen in Rotterdam en Den Haag stonden vol met mensen en kinderen, velen zwaaiden met de Nederlandse of Engelse vlag. Ik herinner mij vier verpleegsters op het dak van een ziekenhuis, één op iedere hoek van de grootste "Union Jack" , die ik ooit gezien had. De bemanning van ons vliegtuig hadden alle zoetigheden bij elkaar gedaan in één grote kartonnen doos en schreven daarop "voor de kinderen" . De achterste boordschutter gooide de doos naar beneden, toen wij over de stad vlogen.

Op de vlucht terug konden we de Duitsers niet vertrouwen en dus vlogen we op een hoogte, die niet werd aangegeven op de hoogtemeter, dus zo’n 30 meter boven de grond. Ik kon mijn horloge gelijk zetten aan de hand van een kerktoren, die wij op ooghoogte passeerden. En dat met een snelheid van ruim 350 kilometer per uur.

De RAF heeft 3191 vluchten uitgevoerd en 7030 ton voedsel afgeworpen. Later heeft men vastgesteld, dat in de Hongerwinter 20.000 mensen stierven door uitputting en honger.