SHAKESPEARE                                                                                                    A.J.G. Klomp

Een geniaal toneelschrijver

Wie zich verdiept in de al meer dan 2500 jaar oude geschiedenis van het Europese toneel zal ongetwijfeld gegrepen worden door de werken van de grootste renaissance toneelschrijver, ja misschien wel de grootste toneelschrijver aller tijden, William Shakespeare. Deze geniale Engelse dichter werd in april 1564 in Stratford-on Avon geboren en gold al tijdens zijn leven als de grootste onder de ca. twintig auteurs die in die tijd ieder jaar zo’n zestig toneelstukken schreven voor het zestal theaters dat Londen toen kende.

William was de zoon van een welgestelde burger, die van eenvoudige boer was opgeklommen tot burgemeester en die de dochter van een aanzienlijke, rijke landeigenaar was getrouwd. William bezocht vermoedelijk de Latijnse school in zijn geboorteplaats en ondanks het feit dat zijn tijdgenoot en vriend de geleerde Ben Jonson (1573-1637) Shakespeares kennis van de klassieke talen omschrijft als ‘small Latine and less Greek’ (weinig Latijn en nog minder Grieks) moet hij toch een gedegen kennis hebben gehad van de Latijnse en Griekse klassieken, die later zo’n belangrijk aspect van zijn werk vormden.  

In november 1582 trouwde hij op achttienjarige leeftijd de zeven jaar oudere Anne Hathaway, de dochter van een rijke boer. Zes maanden na zijn huwelijk wordt zijn eerste dochter Susanna geboren en twee jaar later in 1585 de tweeling Hamnet en Judith. Maar zijn huwelijk was, waarschijnlijk mede door grote geldzorgen, verre van gelukkig en na de geboorte van de tweeling verlaat hij vrouw en kinderen. Hij vlucht om een strafvervolging wegens stropen te voorkomen naar Londen waar hij zijn loopbaan begint als bewaker van de paarden die de theaterbezoekers bij de poort van het theater lieten staan. Op een dag mocht hij een zieke toneelspeler vervangen en al gauw worden hem meer minder belangrijke rollen toevertrouwd. Daarnaast bemerkte men dat hij ook literaire talenten bezat en begon hij ook zelf toneelstukken te schrijven.

Het feit dat er, behalve de zesendertig werken die hij ons bij zijn dood in 1616 heeft nagelaten, maar weinig van Shakespeare bekend is heeft aanleiding gegeven voor het ontstaan van vele roddelverhalen. Zo betichtte de toneelschrijver Greene Shakespeare in 1592 van plagiaat, waarbij hij er aan voorbijging,dat het in die tijd algemeen gebruikelijk en ook geoorloofd was stukken van anderen te herschrijven en te moderniseren. Auteursrechten bestonden in die tijd immers nog niet. Ook onuitroeibaar is het niet serieus te nemen en in tegenspraak met Greenes beschuldigingen zijnde verhaal, dat Shakespeare zijn stukken niet zelf geschreven zou hebben, maar dat deze van de hand zijn van de filosoof baron Bacon van Verulam, van Lord Rutland of Lord Derby. Een werkelijk bewijs hiervoor is nooit geleverd, terwijl er talrijke feiten bekend zijn die deze verhalen tegenspreken. Ja, in de negentiende eeuw werd door sommige geleerden niet alleen aan de authenticiteit van zijn werk getwijfeld, maar werd er zelfs aan getwijfeld of Shakespeare wel ooit geleefd had.

Shakespeare maakte voor zover bekend in Londen deel uit van de toneeltroepen van de graaf van Pembrook en de graaf van Sussex, tot in 1593 en 1594 de Londense theaters gesloten bleven vanwege de heersende pestepidemie. In die jaren schreef hij zijn eerste ons bekende en door hem gesigneerde werken ‘Venus and Adonis’ en ‘Rape of Lucrece’. Ondanks het feit dat William Shakespeare geen groot acteur schijnt te zijn geweest, trad hij in 1594 als speler en aandeelhouder toe tot de nieuw opgerichte en beste theatertroep van Londen in die tijd, de ‘Mylord Chamberlain his Servants’. Deze troep onder leiding van Richard Burbadge was zo goed, dat zij door koning Jacob I in 1603 bij zijn troonsbestijging tot koninklijk gezelschap werd gepromoveerd en vanaf dan verder ging onder de naam ‘Her Majesty’s Servants’. Voor dit gezelschap schreef William al zijn toneelstukken, zoals bijvoorbeeld ‘A Midsummer-nights Dream’ (1598), ‘Hamlet’ (1602) en ‘King Lear’ (1607).

Het gezelschap beschikte over een eigen theater ‘The Swan’ genaamd dat op de zuidelijke Thames oever lag tussen tal van andere theaters. Dit is het enige theater uit die tijd waarvan een afbeelding bestaat, een tekening uit 1596, gemaakt door de Hollander Johannes de Witt. De informatie over de andere Elizabethaanse theaters bestaat voornamelijk uit delen van bouwbestekken, beschrijvingen in brieven en verhalen enz.

De theaters uit die tijd waren open theaters zonder dak, zodat ze alleen in de zomer bespeeld konden worden. Alleen het achterste deel van het toneel en de in drie rijen boven elkaar gelegen loges waren overdekt. Het voortoneel en de parterre waren onoverdekt. De parterre en de bovenste galerij kenden alleen staanplaatsen bestemd voor het mindere publiek, dat zich hier al etend, drinkend, schreeuwend en kaartend tijdens de voorstelling ophield. De eerste en tweede galerij hadden zitplaatsen en waren bestemd voor de beter gesitueerden. Boven op het dak van het toneel bevond zich een torentje waarin de toneelmachinerieën waren ondergebracht. Vanuit dit torentje kondigde een trompetter het begin van de voorstelling aan. Dat was meestal om drie uur ‘s middags omdat men bij gebrek aan een goede toneelverlichting zoals wij die kennen bij daglicht en kaarslicht moest spelen. Tijdens de voorstelling wapperde bovenop deze opbouw een vlag om aan te geven dat er gespeeld werd. Een zegel uit de in 1995 in Engeland uitgegeven theaterserie toont de afbeelding van ‘The Swan’ naar de afbeelding van Johannes de Witt.

 

Toen in 1597 het pachtcontract voor de grond waarop ‘The Swan’ gebouwd was afliep en eigenaar Giles Allen de pacht niet wilde verlengen huurden de gebroeders Burbadge samen met Shakespeare een ander stuk grond en gaven zij aannemer Peter Street opdracht het oude theater te slopen en op de nieuwe locatie weer op te bouwen. Het nieuwe theater dat ‘The Globe’ werd genoemd naar het op de vlag van het gezelschap geborduurde motto ‘De wereld is een schouwtoneel’ was in de herfst van 1598 gereed en werd in 1599 door Burbadge en zijn mensen betrokken. Het theater, waar boven de ingang een Atlasfiguur met wereldbol was aangebracht, was een zeshoekig gebouw met veel ramen. Het theater, zoals men denkt dat het er uit gezien moet hebben, is afgebeeld op een tweede zegel van de theaterserie. In dit theater beleefde de meeste door Shakespeare geschreven toneelstukken hun première.

In 1612 brandt ‘The Globe’ na een voorstelling van ’Henry VIII’ af, waarschijnlijk door het afvuren van een kanonskogel tijdens de voorstelling. Hierbij verbrandt ook een aantal van Shakespeare manuscripten, zodat deze toneelspelen herschreven moeten worden. In 1614 wordt ’The Globe’ weer op dezelfde plaats herbouwd. Ook dit nieuwe theater is op een zegel in de theaterserie afgebeeld. De nieuwe ’The Globe’ bleef na de opening tot 1644 in gebruik. In dat jaar, achtentwintig jaar na het overlijden van William Shakespeare, werd ’The Globe’ gesloopt.

Zoals gezegd kende men in de zestiende en zeventiende eeuw nog geen andere toneelverlichting dan kaarsen, zodat de voorstelling zich noodzakelijkerwijs bij daglicht moest afspelen. Verder waren er ook geen decors. Daarom moesten de toeschouwers over een grote dosis fantasie beschikken om de voorstelling te kunnen volgen. De enige hulp die zij kregen om zich in de plaats van de handeling te kunnen inleven waren bordjes, waarop met een enkel woord hierover een toelichting werd gegeven.

Van de zesendertig toneelstukken die Shakespeare ons heeft nagelaten zijn er tijdens zijn leven maar achttien op papier uitgegeven. Men kan in zijn werk drie perioden onderscheiden. In de eerste plaats zijn er zijn ‘jeugdwerken’, ontstaan voor 1600 die van een zekere uitbundigheid getuigen, zowel in blijspel als in tragedie. In de tweede periode van 1600 tot 1609 schrijft hij voornamelijk diep tragische treurspelen, geënt op de Griekse tragediën. In 1609 kopen ‘Her Majesty’s Servants’ het eerste overdekte theater ’The Blackfriars’. Dit was een ommekeer in de theatergeschiedenis, omdat hier mede door de hogere toegangsprijzen, een beter publiek kwam hetgeen zich vertaalde in stukken met een betere inhoud. In zijn derde periode vanaf 1609 schreef Shakespeare, die inmiddels weer in zijn geboorteplaats woonde in het door hem aangekochte kasteel ’New Place’, vooral diepdoorwrochte romantische stukken. In 1616 stierf hij in Stratford-on-Avon na een kort ziekbed na de bruiloft van zijn dochter Judith. Hij werd volgens zijn wens begraven in katholieke kerk in zijn geboorteplaats.

Literair gezien ligt de grootste verdienste van de dichter Shakespeare in het vernieuwende karakter van zijn werk, waarin hij - anders dan tot nu toe - de psychologische achtergronden van de daden beschrijft van de individuele mens die hier op aarde wil genieten van de goede dingen des levens, zonder zich al te veel zorgen te maken over het hiernamaals. In zijn stukken worden de liefde, hartstocht, ijverzucht, wraakgevoelens, eerzucht en zinnelijkheid die zijn karakters ervaren dan ook in gloedvolle bewoordingen breeduit uitgemeten. Hoe belangrijk Shakespeare voor de wereldliteratuur geweest is moge blijken uit het feit dat zijn stukken nog steeds met veel gevolg worden opgevoerd en dat vele andere grote schrijvers door de eeuwen heen van zijn thema’s gebruik gemaakt hebben, bijvoorbeeld voor het schrijven van opera libretto’s.

Ook door de posterijen wordt hij kennelijk als een groot man erkend, gezien de vele postzegels die zijn uitgegeven met zijn beeltenis of met afbeeldingen van zijn theaterkarakters. Zo verscheen er in 1964, vierhonderd jaar na zijn geboorte, ter gelegenheid van het Shakespeare festival in Groot-Brittanië een serie van vijf zegels met afbeeldingen van scene’s uit ‘A midsummer Night’s Dream’, ‘Twelfth Night’, ‘Romeo and Juliet’ (1/3), ‘Henry V’ (1/6) en ‘Hamlet’.