
Geschiedenis van de NVPV afdeling Nijmegen van 1917 tot 1997.
een artikel geschreven door Mr..J.W.A.M.Janssen ter gelegenheid van het Tachtig Jarig Bestaan van onze Afdeling met als titel:
UIT DE OUDE DOOS : TACHTIG JAAR FILATELISTISCH ELAN.
Mij verdiepend in de historie van de afdeling, gelukkig bewaard gebleven in de notulenboeken van tachtig jaar, werd mij eerst duidelijk dat hier geen sprake was van een "oude doos". Anders gezegd: tachtig jaar georganiseerde filatelie in Nijmegen is een aaneenschakeling van ups en downs, een periode vol levendigheid en activiteiten. Natuurlijk, georganiseerde filatelie bedrijven is geen activiteit, die dagelijks de voorpagina's van de kranten siert. Toch is het een activiteit, die veel mensen bezig houdt en een bron is van veel vreugde. Zo ook binnen onze afdeling.
HET BEGIN.
De oudst bewaarde geschriften dateren van 2 juni 1917 - een verslag van de bijeenkomst in "De Bonte Os"- waarin gewag wordt gemaakt van het feit, dat een toen reeds bestaande groep verzamelaars, geheten "Nijmeegsche Philatelisten Vereeniging" en 22 leden tellend, op 6 mei daarvoor had besloten, toe te treden tot de Nederlandsche Vereeniging van Postzegel Verzamelaars. In deze eerste notulen wordt melding gemaakt van het samenstellen van een bestuur, het vaststellen van een Huishoudelijk Reglement en het entreegeld van fl. 1,-, dat per lid diende te worden afgedragen aan de NVPV. De discussie hieromtrent laaide hoog op, doch het verslag leert, dat hier een passende oplossing werd gevonden.
RONDZENDINGEN.
Het bestuur werd geformeerd en de heer Burgerdijk produceerde een huishoudelijk reglement en de fl. 1,- entreegeld werd betaald uit de kas van de afdeling. Zo was iedereen content en kon de afdeling Nijmegen gaan groeien en bloeien.
Zoals de bronnen leren, werd reeds in de prille jaren van het bestaan discussies gevoerd over de rondzendingen. Uit het hieromtrent overgeleverde bleek, dat ook toen al geklaagd werd over de kwaliteit van de rondzendingen: te goedkope boekjes vonden gewen aftrek, te dure boekjes waren alleen toegankelijk voor de beter gesitueerden, en er was veel vertraging bij het betalen van de uitgenomen zegels.
Ene heer Landsheer dient bij het bestuur een officieel verzoek in om ontheven te worden van zijn verplichting om deel te nemen aan het rondzendverkeer, met als argumentatie: "ene rondzending vanaf de Annastraat naar Hees te brengen was een te grote belasting voor hem".
Wat is er in tachtig jaar toch weinig veranderd.
Het was opmerkelijk, dat er een grote behoefte bestond aan rondzendingen. Dat blijkt uit een opmerking van de voorzitter in zijn jaarverslag over 1917, waarin wordt vermeld, dat in de periode juni 1917 - december 1917 voor ruim fl. 700,- uit de boekjes werd verkocht, een voor die tijd formidabel bedrag.
FRAUDE.
Begin juni 1918 grote commotie. Gebleken is, dat in een rondzendboekje "Porten in Nederland" zegels zijn verruild. Aan dit fenomeen wordt een aparte vergadering gewijd. De dader wordt niet gevonden, de schade wordt door de afdeling vergoed. Door de voorzitter, de secretaris en de penningmeester wordt gedreigd hun functie neer te leggen indien een dergelijk geval van fraude zich nogmaals zou voordoen. Voorwaar, ook op dat gebied dus thans al niets nieuws meer.
ACTIVITEITEN.
Reeds in het prille begin zocht men aansluiting bij de Internationale Filatelie. Eind 1918, vlak voor het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog, werd besloten toe te treden tot de Universal Philatelic Exchange, zulks tegen betaling van een contributie van fl. 5,- per jaar. Uitwisseling van gegevens op het gebied van de internationale filatelie was een van de doelstellingen.
De notulen van de vergadering leren, dat de vereniging een voortvarend bestaan leidde. Jaarlijks werden 10 bijeenkomsten gehouden, telkens op de eerste (LET OP!) zaterdag van de maand. Op deze bijeenkomsten werd gediscussieerd over filatelistische onderwerpen, werden plannen beraamd om tentoonstellingen te organiseren, werd druk geruild en verloot. Kortom men was actief en enthousiast bezig. Van de 22 leden bezochten er gemiddeld 14 á 15 de bijeenkomst.
Nauwelijks twee jaar oud wordt op 6 en 7 september 1919 een landelijke tentoonstelling georganiseerd, inclusief een Bondsdiner en een extra tram naar Berg en Dal. Het resultaat: ....in geen van de volgende notulen wordt gewag gemaakt van het evenement. Zou het dan toch.......? Een financieel succes werd het in elk geval niet. Een bedrag van 12 gulden en 71/2 cent moest worden toegelegd om de kosten te dekken.
Toch, de vereniging had haar bestaan bewezen en ontwikkelde zich gestaag. Omstreeks januari 1925 waren er ongeveer 40 leden, waarvan meer dan de helft de bijeenkom,sten regelmatig bezocht.
VERMANING.
De afdeling Nijmegen had toen al de faam opgebouwd van een eigenzinnige vereniging, die zich niet voetstoots neerlegde bij datgene, wat het hoofdbestuur bedisselde. Op de vergadering van 7 maart 1925 meldde zich de toenmalige bondsvoorzitter, de heer W.van der Schoren, die de 21 aanwezige leden vermanend toesprak en hen indringend verzocht zich meer te laten leiden door de adviezen van het hoofdbestuur en wel gebruik te maken van de faciliteiten, die het hoofdbestuur te bieden had. Een en ander werd voor kennisgeving aangenomen.
Bestuurders traden aan en traden af. We treffen namen aan als Burgerdijk, Landsheer, Albrecht, Gudde, J.Eysten (de eerste voorzitter), Van Kuijk, Haspels, enzovoort, de werkers van het eerste uur.
HANDENVOL PROBLEMEN.
Ook de locaties wijzigden: Hotel "De Bonte Os", het etablissement van J.J.Breure, tevens actief lid, aan de Grotestraat 11, was uiteindelijk de locatie, waar de vereniging vele jaren bijeen zou komen. In 1927, bij gelegenheid van het tienjarig bestaan, werd een felle discussie gevoerd over de vraag of de afdelingskas gebruikt mocht worden om het feestmaal, wegens het tweede lustrum, deels te financieren. De vergadering besloot, dat dit niet kon, en stelde en passant aan de orde, dat de afdeling zich maar moest losmaken van de NVvPV en als zelfstandige vereniging moest doorgaan.
Op 3 september 1927 is hierover uitputtend van gedachte gewisseld. In een toelichting wordt gesteld, dat de afdeling Nijmegen in de laatste algemene vergadering van de NVvPV volledig is genegeerd. De afgevaardigden naar deze vergadering voelden zich ten zwaarste geschoffeerd. Op de vergadering van 1 oktober 1927 wordt het voorstel tot verzelfstandiging in stemming gebracht: 12 stemmen voor afscheiding, 6 tegen, en 4 blanco. Er werd een commissie ingesteld bestaande uit: de heren Dr. Heijnen, Mr. Zuidema en W.Bunge, die een verzelfstandiging zouden moeten begeleiden. Edoch de overredingskracht van Mr. Zuidema was van dien aard, dat in de bijeenkomst van 1 november daaropvolgend werd besloten alles bij het oude te laten en een afdeling te blijven van de NVvPV.
Verder lezende het verslag van 3 december 1927, omtrent de wijze, waarop de afgevaardigden van de afdeling Nijmegen werden ontvangen op de algemene vergadering te Hilversum en de égards hen daar bewezen, doet het vermoeden ontstaan, dat enig wapengekletter toch niet zonder resultaat was gebleven.
De jaren verstrijken, de leden blijven zich binnen de vereniging roeren. Roepen in 1928 om een filatelieloket op het Nijmeegse postkantoor, raken hevig in beroering als de vereniging Contact Schept Kracht, door middel van lage contributies nieuwe leden aantrekt om vervolgens de bijdrage fors te verhogen.
Op 27 april 1928 wordt besloten tot aankoop van een album met de zogeheten Tournier vervalsingen, aangeboden door L'Union Philatélique de Genève. Dit album is nog steeds in bezit van de vereniging.
Een bonte aaneenschakeling van grote en kleine problemen leveren stof tot uitvoerige discussies. Moet een lezing over een filatelistisch onderwerp wel of niet op de verenigingsavond worden toegelaten. Zo ja, moeten dat dan onderwerpen betreffen over de filatelie van Nederland en Koloniën of mogen dat onderwerpen zijn, die betrekking hebben op andere Europese landen, of zelfs landen buiten Europa. Gemord wordt over het besteden en beleggen van de gelden van de afdeling en kritiek wordt geuit over de wijze van notulering van de bijeenkomsten. Het verschijnen van de brandkastzegels werd aangeduid als het uitgeven van plakplaatjes zonder enige filatelistische waarde.
Eindelijk, bij wijze van proef wordt op 21 november 1931 een filatelistenloket geopend op het Nijmeegse postkantoor. Openingstijd de derde zaterdag van iedere maand, 's middags van 14.00 tot 15.00 uur. Toen nog wel op zaterdag!
FISCUS.
Opmerkelijk, dat ook in deze periode de filatelist al door de fiscus werd ontdekt en begeerd. Was er sprake van een vermogensobject of een verzameling van wetenschap? Ene heer van Essen, lid van de afdeling Nijmegen heeft in 1932 na een langdurig gevecht met de belastingdienst weten te bewerkstelligen, dat een verzameling, welke dient ter bezichtiging en lering door en van medefilatelisten als wetenschappelijk is aan te merken en derhalve buiten de grijpgrage vingers van de fiscus dient te blijven. Zeer opmerkelijk: in de jaren daarop volgend is de Heer Van Essen een zeer gevraagd en zichzelf zeer aanbevelend spreker op diverse lokale en interlokale bijeenkomsten, waar hij (sic!) de filatelie tot onderwerp had.
REILEN EN ZEILEN.
In de loop der jaren kwamen bestuurders en gingen bestuurders wederom. Bekende namen als: Hallo, Weebers, en Albrecht, de Grooth, van Berkel, Röpke, Smalls, Mooy , en Bunge - in de vergadering van 1 februari 1936 tot voorzitter gekozen - zijn bij onze oude leden nog steeds niet vergeten. Veel van deze inmiddels oudere leden zagen toen reeds de noodzaak in van verjonging van de filatelistische wereld. Er werd veel energie en tijd gespendeerd aan de jeugdige verzamelaar teneinde deze voor te bereiden op een leven als volwassen filatelist.
Uit de verslagen blijkt, dat toenmalige bijeenkomsten werden opgeluisterd met het vertonen aan de aanwezigen van delen van de verzamelingen van andere leden. Al ras bleek, dat dit met veel enthousiasme werd gedaan en hogelijk op prijs werd gesteld.
De bijeenkomsten hadden vaak een wat langere uitloop dan was geconvoceerd, de reden: "ene gezellige maaltijd als afsluiting van een filatelistische avond was niet ongebruikelijk", waarna de aanwezigen zeer voldaan huiswaarts keerden. Een en ander leidde er evenwel toe, dat op de bijeenkomst van 6 juni 1936 geconstateerd werd, dat de kaspositie van de vereniging desolaat was. Het saldo bedroeg fl..0,00. In mei 1937 bestond de vereniging 20 jaar! Hoe dit te financieren? Na urenlang debatteren werd besloten om ieder lid van de afdeling ( dit waren er circa 20) een retributie te vragen van 10 cent voor elke door hem of haar bijgewoonde bijeenkomst. Het twintig jarig jubileum werd dan ook in stilte gevierd. Zij het, zoals uit de notulen blijkt, dat het wel een alleszins gezellig feest is geweest. Ik citeer de notulist:"Hierover kan ik zeggen, dat de stemming uitstekend was, zoals wij dat in onze afdeling gewend zijn. Dan eindig ik met de wens, dat onze vriendschappelijke geest nog lang in de afdeling mag blijven".
Het ledental heeft bijna de gehele jaren dertig geschommeld tussen de 20 en 25. Filatelie bedrijven was toen nog voorbehouden aan een kleine selecte groep. Pas in de jaren 38, 39 en 40 vertoonde het ledental een lichte stijging.
Niet zonder trots werd in het jaarverslag van 1938 vermeld, dat het saldo van fl.28,65 per 31 december 1938 was opgelopen tot fl.29,75. Zowaar een succesvol jaar.
In juni 1939 kwam na 14 jaar een eind aan het vergaderen in de gezellige accommodatie van de heer Breure aan de Grotestraat. Na enkele omzwervingen werd onderdak gevonden in één van de zaaltjes van Hotel Metropool. Toen al en voor hoe lang?
DE OORLOGSJAREN.
Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen daarvan waren ook voor de georganiseerde filatelie duidelijk merkbaar. Het gewijzigde patroon werd zo goed mogelijk gevolgd. Voor de buitenland verzamelaars werd het steeds moeilijker om nieuw materiaal te krijgen. Materiaalschaarste anderzijds had ook zo zijn uitwerking. De tentoonstelling, bedacht naar aanleiding van het 25 jarig jubileum van de afdeling in 1942, werd afgelast, omdat er geen glas beschikbaar was voor kaders. Exposeren in open kaders werd niet raadzaam geacht.
De viering van het jubileum op 6 juni 1942 had dan ook een zeer sober karakter. De steeds slechter wordende omstandigheden kregen steeds meer vat op het dagelijkse leven. De maandelijkse bijeenkomsten werden slechter en slechter bezocht en andere zaken prevaleerden. In de loop van 1943 werd de uitgifte van het maandblad verboden. De maandelijkse mededelingen van de bond, uitermate summier, kwamen hiervoor in de plaats, als ze al de afdelingen bereikten.
September 1943. Bijeenkomsten van welke aard dan ook werden verboden. Ook de vergaderingen van de afdeling werden dus opgeschort. Trouwens, de ellende waarmee Nijmegen geconfronteerd werd, het bombardement van 22 februari 1944, de bevrijding van 17 september 1944, en de daaropvolgende maanden als frontstad, nodigden ook niet uit tot filatelistische activiteiten. De periode direct na de oorlog vroeg ook inzet op vele andere terreinen.
Op 7 september 1946 werd voor het eerst weer een bijeenkomst van de afdeling gehouden. Een "In Memoriam"voor de Heer Adema, een lid, die door toedoen van de bezetter het leven liet, een constatering, dat de afdeling fl.155,14 in kas had en het voorstel ter vergadering om een veiling te gaan houden onder leiding van de Heer P. Veen, waren de belangrijkste feiten van deze eerste bijeenkomst.
De daarop volgende vergaderingen werden dermate slecht bezocht, dat besloten werd voorlopig af te zien van bijeenkomsten en dat in januari 1948 zou worden heroverwogen hoe verder te gaan.
Op dat afgesproken tijdstip bleek, dat de ergste problemen met betrekking tot het dagelijks leven voorbij waren en de bereidheid om als filatelisten weer bij elkaar te komen groeiend was. Edoch nu was er een ander probleem: de accommodatie. Hotel Metropool bestond niet meer, echter wel Normandie. Maar de zaalhuur bedroeg daar fl.5,00 per avond; een te zware druk op de kas. Bij gebrek aan een alternatief werd besloten om toch maar gebruik te maken van deze dure locatie.
DE NAOORLOGSE JAREN.
Het normale leven hervond zijn loop, hetgeen ook bleek uit de activiteiten van de afdeling. De vergaderingen werden weer keurig iedere eerste zaterdag van de maand gehouden en het aantal bezoekers daaraan steeg gestaag. Het ledental wilde echter maar niet spectaculair groeien. Op 1 januari 1950 bedroeg het ledenaantal 32. Ook met de locatie bleef het sukkelen. In maart 1950 werd overgestapt naar Hotel Pays Bas.
Voorzichtig optimisme valt te lezen in het jaarverslag over 1950, samengesteld door de toen nieuw aangetreden secretaris de heer B.Ontrop, zowel ten aanzien van de stijging van het aantal leden, als ook ten aanzien van de bijeenkomsten. Deze trend zet zich ook in de daarop volgende jaren voort.
Om de bijeenkomsten te verlevendigen worden dialezingen gehouden, wordt contact gezocht met zusterverenigingen en met name met de Globe, daarbij over en weer elkaars bijeenkomsten bezoekende, en er werden uitstapjes georganiseerd. Dit laatste vond onder andere plaats in juni 1952 met een bezoek aan de ITEP- tentoonstelling in Utrecht ( hetgeen overigens tot een interne rel leidde, aangezien men vergeten was één van de leden, die wel had ingeschreven, mee te nemen; ook dit werd achteraf opgelost.), gevolgd door een "prima diner"in de Witte Holevoet te Scherpenzeel.
In de daarop volgende jaren een aaneenschakeling van ups en downs. Op 6 februari 1954 werd het 75 jarig jubileum van de Nederlandsche Vereeniging van Postzegelverzamelaars gevierd in Café Restaurant Pays Bas te Nijmegen. Toen nog wist men Nijmegen te vinden. In de lokale pers werd hieraan uitgebreid aandacht besteed.
De commotie op 21 december 1954 aangaande de verkoop van de statuutzegels aan het filatelistenloket heeft nog lang nageklonken.Bij opening van het loket om 17.00 uur bleek de belangstelling zo groot, dat om 17.05 uur de gehele voorraad was uitverkocht. Groot tumult onder diegene, die bot hadden gevangen. Tot op het hoogste bestuursniveau is over deze affaire gediscussieerd.
De gezelligheid werd echter niet vergeten, blijkt na lezing van het verslag van het bezoek aan de tentoonstelling "Westropa"in Düsseldorf op 18 september 1955. Er zijn zelfs foto's van bewaard gebleven. Een opmerkelijk verschijnsel dat jaar: het ledental stijgt explosief; 26 nieuwe leden. Ultimo 1956 bedroeg het aantal leden 56. Mevrouw Smits - Gillissen, destijds een zeer actief lid, heeft hiervoor veel werk verzet. Terecht werd haar hiervoor hulde gebracht.
Het 40 jarig jubileum van de afdeling in 1957 werd stijlvol herdacht met op 19 mei een diner voor de leden en dames.
Een - ook voor toen - geplande tentoonstelling ging wegens de hoge kosten niet door.
Een nieuwe locatie werd wel betrokken. Hotel Metropole was herrezen aan het Keizer Karelplein. Het aantal leden bleef groeien, in de loop van 1959 kon het honderdste lid worden genoteerd. Het bestuur blijft zich verjongen met uitzondering van de voorzitter, de heer W.Bunge. In januari 1960 treedt de heer H.J.de Jager aan als penningmeester. De heer Ontrop functioneert al jaren als voortreffelijk secretaris.
Wegens zijn vele verdiensten voor de afdeling wordt de heer P.Veen benoemd tot erelid.
ZATERDAG - VERGADERDAG.
In 1961 wordt gediscussieerd of dit zo moet blijven. Men wilde naar de vrijdag. Bij wijze van experiment werden twee avonden belegd op de vrijdag. Het resultaat: een geringer aantal bezoekers dan op zaterdag. Derhalve terug naar de zaterdag
In de jaren zestig leidde de vereniging een actief doch rustig bestaan. De maandelijkse bijeenkomsten vormden telkens een hoogtepunt, waarop een flink aantal activiteiten met een grote diversiteit werd georganiseerd. De éne keer was dat een lezing door de toenmalige voorzitter de heer W.Bunge over zijn reis naar Rusland. De andere keer werden er sprekers van buiten uitgenodigd, met name de heer J.Giphart, in leven conservator van het postmuseum te 's Gravenhage, heeft verschillende malen een interessante lezing gehouden over filatelistische onderwerpen.
Verder floreerde de afdeling voor wat betreft het rondzendverkeer onder leiding van de heer W.Jansen uit Berg en Dal en de maandelijkse veilingen onder toezicht van de heer H.J.de Jager en de heer B.Ontrop.
De jaarverslagen uit die periode geven dan ook aan dat de vereniging in een rustig vaarwater is gekomen. Het ledental blijft redelijk stabiel, de financiële middelen zijn ruimschoots voldoende om de vereniging draaiende te houden en de stemming onder de leden is geanimeerd. Dit blijkt ook wel uit het feit, dat vele nieuwe leden na enige keren tot de trouwe bezoekers van de vergaderingen gaan behoren. Voorwaar een zeer gunstige ontwikkeling.
In het jaar 1977 werd ontdekt dat de bestuurssamenstelling niet voldeed aan het bepaalde in artikel 13 van het huishoudelijk reglement, dat aangaf, dat het bestuur uit minstens zeven leden moet bestaan, waaronder een voorzitter, vice voorzitter, een eerste en tweede secretaris, een penningmeester, en twee leden. In één van de vergaderingen is hieraan aandacht geschonken, doch het probleem werd niet dusdanig zwaar bevonden, dat hier verder veel aandacht aan werd besteed. Alles bleef derhalve zoals het was.
Door omstandigheden werd in het jaar 1967 het 50 jarig jubileum van de vereniging niet gevierd. De voorzitter was langdurig ziek en de overige bestuursleden hadden geen tijd om iets feestelijks te organiseren. Jammer!
Door de toenemende activiteiten van de vereniging bleek toch, dat uitbreiding van het bestuur noodzakelijk was. Mejuffrouw van Haren uit Druten, de heer Elbers uit Cuijk en de heer van Heusden uit Nijmegen werden bij de bestuursactiviteiten betrokken. Ten gevolge van deze uitbreiding gaf de heer Ontrop te kennen, dat hij na 20 jaar secretariaat overwoog te stoppen. Zijn functie werd overgedragen aan juffrouw van Haren en de heer L.Jansen, die gezamenlijk het secretariaat gingen bemannen.
Weer werd gemord over de vergaderingen op zaterdagavond. Weer werd getracht een andere avond te kiezen en wel de maandagavond. Edoch enkele maandagavonden leverden een dusdanig mager resultaat op, dat besloten werd om te gaan naar de ...............zaterdagavond.
Andere problemen: de locatie. In aanmerking zouden eventueel kunnen komen: de Roemer (te duur), Pays Bas (te duur), Karseboom (gesloten op zaterdagavond), Officiersmess in de kazerne (gesloten op zaterdagavond).Het was een probleem: uiteindelijk werd gekozen voor de Roemer.
De jaren verstreken, de activiteiten bleven hetzelfde. Maandelijkse bijeenkomsten, de éne keer druk bezocht, de ander keer minder enthousiasme, met activiteiten, zonder activiteiten. Het elan bleef echter. Hiervan getuigt het feit, dat op 22 en 23 november 1975 in het Schaefer Hotel aan de Grote Markt te Nijmegen, waar de vereniging inmiddels onderdak had gevonden, een bescheiden tentoonstelling werd georganiseerd, die best heel leuk materiaal liet zien. De publieke belangstelling was helaas niet overweldigends. Doch de gezelligheid bij het organiseren vergoedde veel.
Op zaterdag 14 mei 1977 werd een buitengewone feestvergadering belegd ter viering van het 60 jarig bestaan van de afdeling. De toenmalige voorzitter, W.Bunge, memoreerde in zijn feestrede, dat hij reeds sedert meer dan 50 jaar deel uitmaakte van de afdeling Nijmegen. Voorwaar een teken, dat het hem goed was bevallen. Hij gaf evenwel te kennen zijn voorzitterschap na deze vele jaren te willen neerleggen en over te dragen aan de heer H.J.de Jager. Het secretariaat/penningmeesterschap werd overgenomen door ondergetekende. Dit duo heeft jarenlang de vereniging geleid, samen met onder andere de heer H.Elbers, de helaas veel te vroeg overleden heer L.Oorsprong en de heer L.Jansen.
Andere schokkende activiteiten werden niet ondernomen, behoudens de tentoonstelling, die op 22 en 23 mei 1978 werd georganiseerd in Hotel de Kroon in Gennep, in samenwerking met de Stichting Gennep Promotie in het kader van de rondwegfeesten van de gemeente Gennep in 1978.
GOUDEN TIJDEN.
De veilinglijsten bekijkend, het waren gouden tijden voor de filatelie, zien we bijvoorbeeld nummer 26a: cataloguswaarde fl. 1100,- bracht op fl. 2000,-; nummer 80 (een luxe exemplaar, gebruikt) bracht op fl. 2.500,-; een blok van 4 postpakketverrekenzegels bracht op fl. 1200,-; luchtpost 12/13 (postfris) brachten op fl. 1700,-. Wat een prijzen !
Doch ook in de maandelijkse bijeenkomsten, waar een aantal leden toegetreden waren, die hun verzameling nog wensten op te zetten of uit te breiden, werden fabelachtige bedragen geboden voor goed materiaal. Avonden met een netto provisie van fl. 250,-, fl. 300,- of meer, hetgeen betekent omzetten van fl. 2500,- tot fl. 3000,- waren geen uitzondering. Voor de penningmeester waren dit riante tijden. Hierdoor en door het laag houden van de kosten werd de financiële positie van de vereniging steeds beter. De tachtiger jaren manifesteerden zich als een tijd van stabilisatie. een redelijk stabiel ledental, een vaste kern, die de maandelijkse bijeenkomsten bezocht, een redelijk aanbod voor de veilingen en een hoop gezelligheid tijdens en na afloop van de vergaderingen. Met name de nablijvers in de bar van het Schaefer Hotel hebben menig genoeglijk uurtje doorgemaakt onder het genot van een bitterballetje en een drankje, al dan niet pratend over filatelistische zaken.
Een hoogtepunt van deze periode was, in samenwerking met de collega's van Noviopost, de organisatie van Waalpost in april 1988. Een tentoonstelling op hoog niveau, gehouden in de grote zaal van Concertgebouw De Vereeniging te NIjmegen. Het was een groot succes. Twee jaar van intensieve voorbereiding bleken alleszins de moeite waard geweest te zijn. De kwaliteit van de inzendingen was perfect, de publieke belangstelling groot, en de sfeer uitstekend. Een evenement dat, zij het dat het bijna onbetaalbaar was, voor herhaling vatbaar moet zijn. Vanuit het hele land werden complimenten gemaakt aan de afdeling voor de perfecte wijze waarop het evenement was georganiseerd. Ondanks de kosten van het evenement was de financiële positie van de vereniging niet veel slechter geworden. Dankzij de gulheid en goedgeefsheid van diverse leden kon een belangrijk deel van de kosten worden bestreden uit giften.
RUST.
In de jaren daarna werd het rustig rondom de vereniging, geen spectaculaire gebeurtenissen, die de aandacht vroegen. In het begin van de jaren negentig werd er gevoeld, dat deze rust moest veranderen, wilde men leven in de vereniging houden. De heer de Jager gaf te kennen terug te willen treden als voorzitter en zijn activiteiten binnen de vereniging te willen beëindigen. Met het oog hierop moest een nieuw bestuur geformeerd worden. Een aantal leden, zich betrokken voelend bij het wel en wee van de vereniging, stelde zich bereid in het bestuur plaats te nemen. De nieuwe formatie bruiste van energie. Er werden nieuwe plannen ontwikkeld om de bijeenkomsten te verlevendigen, plannen om een periodiek uit te geven, plannen om externe activiteiten te ondernemen, het ledental te vergroten. Moet de ZATERDAG als vergaderavond blijven? of VRIJDAG?.........Wordt vervolgd.
Thans terugblikkend op de achterliggende periode, mag gesteld worden, dat men er wonderwel in geslaagd is de club nieuw leven in te blazen. De huidige locatie, De Klokkentoren, kan ieders goedkeuring wegdragen. Het periodiek "Waalzegel" kan, dankzij de inspanningen van de heren A.Bosman en J.Croes, wedijveren met het beste wat op dit gebied in den lande wordt uitgegeven. Terecht zijn wij daar dan ook zeer trots op. Het 80 jarig jubileum wordt op voortreffelijke wijze voorbereid door de jubileumcommissie "BOLA", bestaande uit de heren A.Bosman en J.Lauret.
EPILOOG.
Tachtig jaar historie van een filatelie vereniging. Niet ingewijden zullen er misschien wat lacherig naar kijken. Edoch niet de filatelisten, die - en dat zijn veel van onze leden - zo veel jaren het genot hebben beleefd van het in georganiseerd verband bedrijven van hun hobby. De vereniging is uitgegroeid tot een vriendenclub, waarvan de leden maandelijks op een buitengewoon plezierige manier enige uren met elkaar omgaan en op die manier met hun hobby bezig zijn. Als een vereniging op een dergelijke wijze 80 jaar kan blijven bestaan, heeft zij haar bestaansrecht ruimschoots bewezen.
Moge deze vereniging nog vele jaren een gezond bestaan leiden, zodat we in 2017 het honderd jarig bestaan met nog veel groter elan kunnen gaan vieren.
J.W.A.M.Janssen.
|